|
De
vroegere waterpassingsnetten van België werden onder de verantwoordelijkheid
van het ministerie van Landsverdediging uitgebouwd.
De Algemene Waterpassing (AW) werd
van 1840 tot 1879 uitgevoerd. Dit net was samengesteld uit zowat
8.500 punten die over het hele land verspreid waren en diende als
basis voor het tracé van de hoogtelijnen van de vroegere topografische
basiskaart (de zogenaamde "stafkaart") op schaal 1:20 000.
Het netwerk was niet voorzien van speciale merktekens; enkel de
locatie van de punten met hoogtecijfers was beschreven.
Het referentievlak was het "Nulpeil van het Krijgsdepot" of D-nulpeil;
het wordt gedefinieerd als het gemiddelde zeeniveau bij eb, dat
verkregen werd aan de hand van getijdenmetingen die van 1834 tot
1853 waren uitgevoerd op de peilschaal van de sluis in het handelsdok
te Oostende.
De Nauwkeurigheidswaterpassing (NW)
werd van 1889 tot 1892 uitgevoerd. Dit net was samengesteld uit
zowat 2.000 hoogtemerktekens die een grenspolygoon en twee dwarslijnen
(Antwerpen-Mons en Liège-Dinant) afbakenden.
Het referentievlak was het gemiddelde zeeniveau te Oostende, dat
gebaseerd was op de curven die in de periode 1878-1885 op de getijmeter
van Oostende getekend werden. Het ligt 2,012 meter boven het D-nulpeil.
De Lokale Waterpassingen: verscheidene
lokale netten werden van 1892 tot 1945 uitgebouwd, op verscheidene
plaatsen in het land. Een aantal netten werden van merktekens voorzien.
Het referentievlak van een aantal netten is twijfelachtig.
De lokale netten werden praktisch nooit onderhouden.
|