Het
doel van de luchttriangulatie is voor elke foto de exacte positie
te bepalen van de camera op het moment van de luchtopname. Gebruik
makend van deze positie zal men later de oriëntatie van
de beelden bepalen, worden de stereoscopische modellen gevormd,
en wordt voor de juiste aflezing van coördinaten in de
modellen gezorgd.
Daarvoor
zijn volgende gegevens nodig: 1 De fotocoördinaten en terreincoördinaten van
een aantal gekende punten. Deze punten worden vooraf
door de afdeling Geodesie opgemeten.
2 De fotocoördinaten van verbindingspunten tussen
foto's. Deze punten worden interactief of automatisch
geïdentificeerd en opgemeten. 3 Eventueel: de GPS coördinaten van het vliegtuig 4 De kenmerken van de camera en de foto's
Als
resultaat van de berekening van het blok bekomt men:
- de terreincoördinaten van alle verbindingspunten
- de coördinaten en de opnamehoek van de camera voor elke
opname
Deze gegevens
worden dan gebruikt om afzonderlijke foto's of fotoparen te
oriënteren